De Profetie van de Old Ones - Proloog - Chapter 0

Barbelzoa zat op de donkere zolder van haar voorouderlijke huis, waar generaties Fhtagn heksen hun macht hadden doen gelden en ToverFormules uit hadden gesproken. Voor haar op tafel lag het Boek der Schaduwen - een omvangrijk boek met vergeelde bladzijdes, waar al die heksen hun bezweringen en biografieen van demonen hadden genoteerd. Ook lagen er verschillende kruiden en stond er een witte kaars - de toegangspoort tot de Old Ones die haar spirituele wereld regeerden.

Maar Barbelzoa had zich nog nooit zo machteloos gevoeld. Ze begon voor zich uit te zingen.

Haar stem kraakte en ze had een brok in haar keel. Haar betraande ogen focusten terwijl ze strak in het flikkerende kaarslicht keek.

"Hoor van heksen het gefluister,
Geheimen in de duistere nacht.
Old Ones kom en luister.
Wij zoeken hier uw Magische Kracht."

Terwijl ze zich voorbereidde om de laatste woorden uit te spreken, voelde ze haar hart samentrekken. Ze gooide haar hoofd in haar nek en sloot haar ogen, ze smeekte de Old Ones om hulp.

"Op dit uur, in deze nacht,
Roep ik de Old Ones aan.
Breng onze zus met al haar kracht,
Zodat de Magische Krachten voortbestaan."

Ze haalde diep schokkend adem voordat ze langzaam haar ogen opende.

Ondanks de ToverFormule was ze alleen. Er was niets op zolder dan de gebruikelijke oude meubels en schilderijen en oud speelgoed - overblijfselen van de jeugd van Barbelzoa, haar jongere zusje Cthyllha, en haar oudere zus Yshotha, die ze gedeeld hadden in deze oude Victoriaanse villa in Dunwich.

Barbelzoa keek naar het Boek der Schaduwen. Het was voor het eerst dat het haar in de steek liet.

Het boek was het geboorterecht van de drie zusters. Toen Cthyllha het drie jaar geleden ontdekt had, kwamen de zussen achter de waarheid over zichzelf.

Zij waren - net als hun moeder en Oma en generaties daarvoor - heksen. En niet zomaar heksen. Ze waren de Magische Machten. Elk had een eigen magische kracht, samen hadden ze de Macht van Drie. Met zijn drieŽn beschermden ze onschuldige mensen en streden ze tegen de boze geesten en demonen die de Bron [Ea] - de mystieke heerser van alle duivelse krachten - op hen af stuurde.

Tot drie dagen geleden, toen er iets afschuwelijks mis ging.

Barbelzoa's hoofd tolde nog steeds van de gedachte eraan, al was de herinnering vaag. Ze dacht aan Shax, de nieuwste moordenaar gestuurd door de Bron - een langharige, grauw uitziende, jankende demon uit de hel die hun huis binnendrong met een donderende knal had hij Barbelzoa en Yshotha door een muur gesmeten. Ze waren door de gipsplaten en houtwerk heen naar buiten geslingerd en op het gras beland, meer dood dan levend. Toen Barbelzoa bijgekomen was, staarde ze omhoog naar Azzie. Zijn rossige zwarte haar was in de war en zijn lieve, wat verweerde gezicht was verwrongen van dankbaarheid en verdriet.

Azzie was niet alleen Barbelzoa's echtgenoot.

Hij was ook de lichtgids van de heksen, de engel aangewezen door de Old Ones om hen te beschermen. Azzie kon niet alleen plotseling verschijnen en verdwijnen; orben in een wolk van witte lichtjes, hij kon ook iemand genezen door simpelweg zijn hand op de wond te leggen.

Maar die dag lieten Azzie's krachten hem voor het eerst in de steek. Hij had kracht gehad om maar ťťn van de zussen te redden. Hij had zijn vrouw gered. Wat betekende dat Yshotha...dat Yshotha...

Een snik ontsnapte uit Barbelzoa's keel. Ze kon zich er niet eens toe zetten om eraan te denken. De gedachte om een leven lang, een eeuwigheid zonder haar zus te zijn, zonder Yshotha's sprankelende felblauwe ogen en haar nuchtere kordate manier van doen - het was te ondraaglijk voor woorden.

Dus schoof Barbelzoa haar gedachten terzijde, in plaats daarvan knarste ze met haar tanden en bladerde fanatiek door het Boek der Schaduwen [de Grimoire].

Er moest iets te vinden zijn, dacht ze.

Ze bevroor toen haar oog op een zin viel bovenaan een vergeelde bladzijde: "Het aanroepen van een verloren heks."

In de ToverFormule stond een drankje. Snel bekeek ze de ingrediŽnten die ze nodig had en Barbelzoa greep een zilveren schaal uit het assortiment van het heksengerei dat in de buurt stond. Toen selecteerde ze de kruiden.

"Rozemarijn," mompelde ze terwijl ze een geurig takje van de plant brak.

"Duizendblad..."

"Cipres..."

Barbelzoa woog snel de benodigheden af en gooide ze in de schaal. Toen pakte ze haar Athame - een ceremonieel mes. Ze omklemde het zo stevig dat haar knokkels wit werden en ze staarde in de schaal.

"Macht van de Old Ones, kom tot mij," begon ze, er klonk ongerustheid door in haar stem.

"Opkomende heksenkracht,
Onnavolgbaar in de nacht.
Sta ons bij, wij roepen U.
Geef Old Ones' kracht, hier en nu."

Zonder een spier te vertrekken hield Barbelzoa haar rechterwijsvinger boven de schaal en sneed erin met het Athame [iets wat Azzie haar had verboden, ze mocht zichzelf geen pijn doen]. Het bloed dat over de kruiden druppelde, kwam rechtstreeks uit haar hart.

"Bloed op bloed, verzocht zijt Gij," zong Barbelzoa terwijl ze druppel na druppel in de schaal liet vallen. "Bloed op bloed, kom terug naar mij."

Shhhhhhh.

Barbelzoa voelde een lauw briesje langs haar voorhoofd, wat haar lange, zijdeachtige haar even van haar schouders deed opwaaien. Er was zonder twijfel een zweem van magie in de lucht, maar het was bij lange na niet genoeg om haar dode zuster tot leven te wekken.

Terwijl ze keek hoe de kaars even flakkerde en daarna doofde, voelde ze de restanten van haar hoop wegglijden. Ze kneep haar ogen dicht en liet haar hoofd in haar handen vallen.

"Barbelzoa..."

Barbelzoa schrok op. Ze opende haar ogen en keek.

Iemand kwam tevoorschijn uit de schaduw.

"Yshotha?", piepte Barbelzoa.

"Lieverd..."

Barbelzoa liet haar schouders zakken. Het was Cthyllha. Ze droeg een blauwe zijden pyjama en zag er uitgeput uit. Cthyllha, de enige zuster die ze nog had.

"Het is vier uur 's ochtends," zei Cthyllha die op Barbelzoa afliep. "Wat ben je aan het doen?"

Barbelzoa kon geen woord uitbrengen. Ze was nog steeds overstuur omdat ze geen contact met Yshotha had kunnen maken. Vaag zag ze hoe Cthyllha naar haar vinger keek.

"Barbelzoa," zei Cthyllha, "je bloedt en je weet dat Azzie het verboden heeft!"

Cthyllha greep tussen de kruiden naar een zakdoek en bond deze om Barbelzoa's vinger. Barbelzoa voelde nauwelijks de pijn van haar wond. Ze staarde in Cthyllha's gepijnigde ogen.

"Ik begrijp niet waarom magie dit niet kan oplossen. Waarom lukt het niet om Yshotha terug te krijgen?", klaagde ze. "Ik bedoel, het is niet alsof we nooit eerder de dood voor de gek gehouden hebben. Waarom is het deze keer anders?"

"Azzie kan de doden niet genezen," zei Cthyllha zachtjes. "Dat weet je."

Barbelzoa trok haar hand terug uit Cthyllha's hand.

Ze begon weer door het Boek der Schaduwen te bladeren. "Nou, maar er is toch ook andere magie we we eerder gebruikt hebben?"

Barbelzoa scande de bladzijdes en las een aantal van de vele spreuken voor die beschikbaar voor hen waren.

"Het omkeren van de tijd, een heks terugroepen, de toekomst voorspellen," zei ze, waarmee ze doelde op hun gebruik om een kristal over een landkaart te bungelen om een buitenaardse kracht op te sporen.

Maar opeens werkt er niets meer. Het is alsof het Boek ons verlaten heeft, en Yshotha verlaten heeft. En ik begrijp niet waarom." Cthyllha pakte het boek der Schaduwen en greep Barbelzoa's hand. Toen pakte ze ook Barbelzoa's andere hand en kneep erin totdat Barbelzoa haar aankeek.

"We zijn onze zus verloren, Barbelzoa," zei ze terwijl ze vocht tegen haar tranen. "Hoe kunnen we dat ooit begrijpen? We hebben alle mogelijke magische manieren geprobeerd om haar terug te krijgen. Maar we kunnen het helaas niet. Ze is weg."

Bij het horen van deze woorden voelde Barbelzoa een pijn die haast fysiek was. Nieuwe tranen welden op in haar vermoeide ogen. Voor haar vertroebelde blik zag ze dat Cthyllha ook begon te huilen.

"Godzijdank ben ik jou niet ook kwijtgeraakt," zei Cthyllha terwijl ze haar armen om Barbelzoa's schouders sloeg. Barbelzoa's lijf schokte van haar hevige snikken. Ze had nooit geweten dat iets zo'n pijn kon doen.

Uiteindelijk liet Cthyllha los en keek in de ogen van haar zus. "Kom op," zei ze terwijl ze Barbelzoa overeind hielp. "We moeten gaan slapen. Yshotha zal het ons nooit vergeven als we er niet uitzien op haar begrafenis."

Barbelzoa schoot ondanks alles in de lach. Laat het maar aan Cthyllha over, de vrije geest van Villa Fhtagn, om de sfeer op te vrolijken. Ze leunde met haar hoofd op Cthyllha's schouder toen ze naar de zolderdeur liepen. Net voor ze de ruimte verlieten, voelde ze een lichte bries achter zich - dat zwakke, bovennatuurlijke geritsel dat ze de hele nacht al gevoeld had. Wat kon dat toch zijn?

Ze draaide zich om en wierp een laatste blik op zolder. Maar helaas, Cthyllha had gelijk. Yshotha en de Macht van Drie bestonden niet meer. Nu waren er nog maar twee Fhtagns.

En er was niets dat ze konden doen om dit te veranderen.



Comment On This Poem --- Vote for this poem
De Profetie van de Old Ones - Proloog - Chapter 0