De Profetie van de Old Ones - Chapter 1

Ishnigarrab zuchtte.

Hoe kom ik toch altijd in deze situaties terecht?, dacht ze. Sta ik hier mijn best te doen om de wereld te redden...nou ja, het kopieerapparaat bedienen in een sociaal opvanghuis voor mishandelde kinderen is niet direct de wereld redden. Al zou je kunnen zeggen dat het in de verte toch een vorm van de wereld redden is.

Ishnigarrab begon opnieuw met haar mijmeringen.

Sta ik hier mijn best te doen om de wereld te redden en alles waar ik aan kan denken is mijn vriendje, Ahtu.

Misschien was het omdat Ahtu net met haar de kopieerkamer ingeslopen was. Daar had hij haar achter de zoemende kopieermachine getrokken, waar hij heerlijk in haar nek begon te kroelen.

Werk en plezier waren altijd al lastig te combineren voor Ishnigarrab. Het maakte niet uit wat voor soort plezier het was - uitgaan tot in de kleine uurtjes, lollies eten totdat het glazuur op haar tanden het niet meer aankon, vrijen met haar nieuwste vriendje...

Zodra er plezier gemaakt kon worden, had Ishnigarrab er een handje van om haar verantwoordelijkheden te vergeten. Wat kon ze eraan doen? Ze was een vrije geest die de dingen op haar eigen manier deed.

Het was niet zozeer dat haar werk haar niet kon schelen, soms ging ze er juist zo op in dat ze alle perspectief uit het oog verloor. Maar Ishnigarrab had het afgelopen jaar behoorlijk wat meegemaakt. Dus vond ze dat het gerechtvaardigd was dat ze af en toe uit de band sprong.

Terwijl Ahtu doorging met het liefkozen van haar nek, was de gedachte aan het afgelopen jaar voldoende om een golf van paniek door haar lijf te sturen. Ze probeerde de nare gedachten van zich af te schudden toen ze haar naam hoorde roepen.

"Ishnigarrab? Ben je daar? Ishnigarrab!"

Ishnigarrab duwde Ahtu van zich af. Het was Cowan - haar baas! Ze kneep haar ogen dreigend samen naar Ahtu, die breed grijnsde.

Oh, waarom was hij ook zo leuk? Ishnigarrab legde haar vingers op haar lippen. Toen probeerde ze haar gezicht in de plooi te trekken en kwam tevoorschijn van achter het kopieerapparaat.

Ze keek recht in het kwade gezicht van Cowan, die tegen de vijftig liep, maar zeventig leek.

Dat krijg je van het werken in de sociale sector, dacht Ishnigarrab en nam zich voor om voortaan een goede nachtcrÚme te gaan gebruiken.

"Ja, eh...hallo," zei ze terwijl ze haar spijkerrok gladstreek en op de pauzeknop van het lawaaiige kopieerapparaat drukte. "Wat is er aan de hand?"

"Wat is er aan de hand?", brieste Cowan. De groeven in zijn voorhoofd werden steeds dieper.

"Wat er aan de hand is, is dat ik al tien minuten naar je loop te zoeken. Waar was je?"

"Hier, ik was hier," zei Ishnigarrab, terwijl ze afvroeg of er soms roze lippenstift op haar wang was uitgeveegd die haar zou kunnen verraden.

"Aan het...kopiŰren."

Ishnigarrab zag hoe zijn gezicht nog meer vertrok.

Oh nee, dacht ze. Hier komt het. Ik moet iets zeggen.

"Wacht," zei ze terwijl ze haar hand in de lucht hield en haar heup zijwaarts draaide. "Voordat u een tirade houdt tegen me omdat ik wat iniatief neem, mag ik u er even aan herinneren dat u me al gezegd heeft dat ik de allerbeste assistent ben die u ooit heeft gehad, dus gezien het schamele salaris dat ik ontvang,zou u toch echt wat aardiger moeten zijn als u wilt dat ik hier nog even blijf."

Toen wierp Ishnigarrab hem haar charmanste glimlach toe. "Wat was het dat u me wilde zeggen?", vroeg ze poeslief.

Dat bracht hem van zijn stuk. Cowan gooide zijn handen in de lucht. "Of je even dat rapport dat we over de zaak Ferguson hebben gemaakt op wilt zoeken, alsjeblieft," zei hij. "Nu." Hij legde een mapje op de tafel naast de deur en liep weg.

Poeh, dacht Ishnigarrab terwijl ze zich omdraaide en Ahtu aankeek. Hij keek haar grijnzend aan.

"Dat had me bijna mijn baan gekost," zei Ishnigarrab die probeerde haar lachen in te houden. Ze kon het niet helpen, ze smolt nu eenmaal voor dat stekelige zwarte kapsel van hem, om die groene ogen maar niet te noemen...

Ahtu stond op en sloeg zijn armen om haar schouders, terwijl hij zijn hoofd begroef in haar steile, blonde haar. "Nou, en?", zei hij flirterig. "Ik dacht dat je baalde van je baan."

"Nee," zei Ishnigarrab, "ik hou van mijn werk. Ik baal alleen van sommige mensen met wie we te maken hebben. Vooral degenen die hun kinderen in de steek gelaten hebben!"

Terwijl ze dit zei, voelde ze dat ze een slecht humeur kreeg, maar Ahtu had niets in de gaten. Hij schoof het witte kanten kraagje van haar shirt opzij en ging verder waar hij gebleven was met zijn liefkozingen. "Je bent mijn heldin," fluisterde hij.

Ishnigarrab keek hem boos aan en duwde hem weg.

"Prima Ahtu," zei ze ge´rriteerd. "Bedankt voor je steun. Ik moet weer aan het werk."

Voordat haar vriendje kon protesteren - of een poging kon wagen om haar weer in zijn armen te krijgen - pakte Ishnigarrab het mapje van de zaak Ferguson van de tafel en stormde weg uit de kopieerkamer.

Ze haalde diep adem terwijl ze zich een weg baande door de wirwar van bureaus in de kantoortuin.

Ze kon het niet uitstaan dat ze zo opvliegend was. Soms vroeg ze zich af of ze ooit innerlijke rust zou vinden - in het hier en nu maar ook met haar verleden.

"Ik kan moeilijk vrede hebben met een verleden waar ik niets vanaf weet," mompelde ze teleurgesteld. Ze was bij haar bureau en plofte op haar gammele bureaustoel.

Ze schoof haar stoel aan en opende de map.

Haar ogen gingen over de kalmerende- nou ja, kalmerende - decoraties die ze om zich heen had verzameld. Soms waren de kristallen, de kaarsjes en de inspirerende gedichten alles wat Ishnigarrab nodig had om weer tot zichzelf te komen. Maar nu had ze iets sterkers nodig..

Een grote koffie verkeerd. Ze greep de grote kartonnen beker naast haar toetsenbord en nam een flinke slok lauwe cafe´ne.

"Aaah," zuchtte zeen pakte haar muis om naar het juiste scherm op haar computer te klikken.

Al snel vond ze het document dat ze nodig had en drukte op 'afdrukken'. "Aan het printen," riep ze terwijl ze zich afzette met haar voetenen daardoor ronddraaide in haar stoel. Op het moment dat ze dit deed, voelde ze iets, ze wist niet wat het was. Het was een soort aanwezigheid van iets of iemand, ze kon het niet benoemen. Maar het ging als een schok door haar lijf, ze voelde hoe de haartjes in haar nek rechtop gingen staan. Toen hoorde ze een laag, sissend geluid en draaide zich om. Ze zag nog net hoe haar rode kaarsje even flakkerde en toen doofde - hoe dat kon, was haar een raadsel. Een zweempje rook rees langzaam op van het lontje. "He?", fluisterde ze. Toen schudde ze haar hoofd en liep naar de printer.

Shhhh.

Ishnigarrab merkte dat haar zachte, blonde haar bij de wortels opgetild werd. Ze voelde iets achter zich bewegen, alsof er een wind door het kantoor blies. Maar dit was onmogelijk, omdat de ramen niet open konden.

Opeens zag Ishnigarrab vanuit haar ooghoek iets naar de deur zweven.

Het was een krant, zorgvuldig gevouwen zodat de overlijdensadvertenties zichtbaar waren.

"Wat krijgen we-", mompelde Ishnigarrab terwijl ze om zich heen keek. "Waar komt dat nou vandaan?"

Ze graaide de krant van de vloer en bekeek de advertenties nieuwsgierig.

"Ishnigarrab?", Cowans stem bereikte haar vanuit de andere hoek van het kantoor. "Heb je die gegevens al voor me gevonden?"

Maar Ishnigarrab gaf geen antwoord. Ze kon geen woord uitbrengen. Halverwege de pagina had ze namelijk een naam zien staan die ze herkende.

"Oh...", stamelde ze en fronste verdrietig.

Afwezig liep ze terug naar haar bureau en griste haar jas van de stoelleuning. Ze trok haar jas aan, pakte haar tas en liep richting de deur. Net toen ze weg wilde lopen ging Cowan voor haar staan en versperde haar weg. "Heb je gehoord wat ik zei?", vroeg hij verontwaardigd.

"Sorry," zei Ishnigarrab afwezig. "Het ligt in de printer."

"Eh, ik moet er vandoor."

Ze liep langs Cowan die steeds kwader werd. "Wat bedoel je, je moet er vandoor? Waar ga je heen?"

Ishnigarrab kon het niet uitleggen. Ze haalde simpelweg haar schouders op naar haar baas en liep snel het kantoor uit.

"Ishnigarrab?", hoorde ze Cowan grommend roepen.

"Ishnigarrab!"

Maar ze was weg. Ze zat al in haar auto onderweg naar haar bestemming toen ze zich realiseerde dat ze nog steeds het krantenkatern in haar hand had. Er stond: De begrafenisplechtigheid voor Yshotha Fhtagn zal vandaag om 11.00 uur op de Algemene Begraafplaats worden gehouden.



Comment On This Poem --- Vote for this poem
De Profetie van de Old Ones - Chapter 1